Wat een bouwkundige keuring wel en niet inhoudt

Voor een goed beeld vooraf: dit is precies waar de bouwkundige keuring van Leudal Bouwkeuring uit bestaat, en welke onderdelen buiten de keuring vallen.

De bouwkundige keuring is:

  1. Een visuele, non-destructieve inspectie van de onder normale omstandigheden en op veilige wijze bereikbare onderdelen van de woning, en vaststelling van eventuele feitelijke gebreken op het moment van de inspectie.
  2. Uitgevoerd met inachtneming van de Arbowetgeving, vanwege de veiligheid van de inspecteur.
  3. Van toepassing op de vloeren van de begane grond, indien een veilige en toegankelijke kelder en/of kruipruimte aanwezig is.
  4. Voorzien van indicatieve bedragen voor herstelkosten en andere kosten in het uitgewerkte rapport. Opdrachtgever vraagt zelf offertes aan bij bedrijven die de werkzaamheden kunnen uitvoeren; aan de genoemde bedragen kunnen geen rechten worden ontleend.
  5. Inclusief inspectie van daken, dakgoten, dakkapellen, schoorstenen en dakdoorvoeren, mits met een ladder van maximaal 4 meter toegankelijk. Hoger gelegen onderdelen worden met een speciale inspectiecamera gefotografeerd. Kan een essentieel, hoger gelegen onderdeel niet volledig geïnspecteerd worden, dan geeft de inspecteur dit aan. Opdrachtgever stelt voor eigen rekening en risico geschikt materieel beschikbaar (bijvoorbeeld een hoogwerker) indien gewenst.

De bouwkundige keuring is niet:

  1. Het onderzoeken van funderingen en de constructie van de woning. Deze onderdelen zijn niet op een niet-destructieve manier toegankelijk.
  2. De inspectie van vrijstaande bijgebouwen zoals tuinhuisjes en bergingen die niet verbonden zijn aan de hoofdwoning.
  3. Het onderzoeken van asbesthoudende en asbestverdachte materialen. De inspecteur stelt slechts de mogelijke aanwezigheid van deze materialen vast. Opdrachtgever laat dit zelf, voor eigen rekening en risico, nader onderzoeken.
  4. Het onderzoek naar de aanwezigheid van vergunningen en/of omgevingsvergunningen die betrekking hebben op de bouw van de woning en/of eventuele later aangebrachte aanpassingen na een verbouwing. Ook controle van uitgevoerde bouwwerkzaamheden in relatie tot verleende vergunningen behoort niet tot de werkzaamheden van de inspecteur.
  5. Het uitvoeren van warmte- en/of geluidsmetingen, bijvoorbeeld met betrekking tot gevels, ramen, kozijnen en warmtepompen.
  6. Onderzoek en controle van berekeningen en metingen met betrekking tot technische installaties en (grond)oppervlakten en afmetingen van de hoofdbouw in relatie tot vergunningen en/of omgevingsvergunningen.